Gepubliceerd in Hanzemagazine, 2009
Ruimte, rust, natuur, prettige omgangsvormen en voor een koopje een prachtige vrijstaande woning met een grote tuin. Steeds meer Nederlanders vestigen zich net over de grens in het huis van h un dromen. Hoe bevalt het om terug te gaan in de tijd, wie kan zonder Nederland?
‘Wij hebben boompjes in de tuin geplant. Om later onder te zitten, als de bomen groot zijn en wij beiden oud.’
Langs rustige wegen met bomen omzoomd rijd je naar Sustrum-Moor, een dorpje met keurige straten, nette huizen en perfect onderhouden voortuinen. Het huis van de familie Van Sloten is één van de modernere. Op de oprit staan auto’s met Duits kenteken.
‘We wilden groter en anders wonen, met een ruime tuin. We droomden ervan een huis te bouwen zoals wij dat wilden. In Spijkenisse was dat onmogelijk te realiseren. Dit huis zou daar minstens drie keer zo duur zijn. Neem alleen al de grondprijs. Die is daar 365 euro per vierkante meter, hier betaalden we 25 euro.´
In Sustrum-Moor, een paar autominuten over de Drentse grens, vonden Linda en Hermen van Sloten een kavel van 1600 vierkante meter. Binnen vijf minuten wisten ze het: hier willen we wonen.
Rechthoek en ruit
Eigenlijk begon het ermee dat Linda en Hermen voor hun oudste dochter Benthe een andere school dan de reguliere basisschool wilden. Toen gingen ze ook nadenken over een andere manier van leven. Ze besloten uit Spijkenisse te vertrekken, waar ze tien jaar een woning hadden op 235 vierkante meter. Daar geldt dat als een ruime kavel.
Vertrekken kon echter alleen als één van beiden een baan zou hebben in de omgeving van hun keuze. Het besluit viel in augustus 2002 en in oktober datzelfde jaar hadden beiden werk gevonden. Linda is nu voor vijftig procent schoolleider van de Vrije School in Emmen en Hermen heeft een tachtig procent baan als docent gezondheidszorg in Hardenberg. Ze zochten in de buurt van het Drentse Nieuw-Amsterdam, waar Linda oorspronkelijk vandaan komt. Ze komt uit een groot gezin en wilde graag dichter bij haar familie wonen. De publiciteit rond goedkope huizen in Duitsland bracht hen ertoe ook eens aan de andere kant van de Drentse grens te kijken.
Linda: ‘De oudste moest nog naar groep drie, dit was hèt moment om te gaan. Als ze ouder zouden zijn – Benthe is nu acht jaar en de tweeling Elin en Margit zeven - hadden we het vast niet meer gedaan.’
Voor Benthe kozen ze de Vrije School, een school die uitgaat van de gedachte dat je je als mens niet alleen ontwikkelt met je hoofd, maar ook met je hart en je handen. Ontwikkeling is belangrijker dan prestatie. De drie dochters zitten nu op de school waar hun moeder directeur is.
|

|
Hermen ontwierp het huis. Avonden heeft hij zitten tekenen. Bij de architect viel zijn tekening ‘per ongeluk’ uit de catalogus. Die pakte het idee op en drie kwartier later was de basisbouwtekening klaar. Het huis is in degelijke Duitse stijl gebouwd, met typisch Nederlandse trekjes, zoals veel grote ramen en een woonkamer die met de keuken één ruimte vormt.
Ze waren heel blij met hun Bauleiterin, mevrouw Schäfer, die veel aardigheid had in het gezin en in hun betrokkenheid bij het huis. Wekelijks was er overleg. Zij zorgde ervoor dat het huis binnen vijf maanden klaar was en de familie er met de zomervakantie van 2003 in kon. Zonder haar inbreng zou de bouw veel meer tijd, geld en ergernis hebben gekost, daar zijn Linda en Hermen van overtuigd.
De basisvormen zijn een in elkaar geschoven rechthoek en ruit, die je als je goed kijkt terugvindt in allerlei schuine en rechte lijnen. Centraal in de ruimte beneden zorgt een houtkachel op koude dagen voor een aangename warmte. Vanuit het woongedeelte gezien is de keuken achter de kachel. Een grote tafel vormt een gezellig middelpunt: het is zowel eettafel als stamtafel en biedt uitzicht op de grote tuin met veel groen en bomen.
Uit de jaren zeventig
Linda verbaast zich erover dat mensen in Nederland nog steeds vragen of het bevalt daar in Duitsland. Hermen: ‘Ze denken dat we hier alleen maar wonen omdat het goedkoper is. Dat is niet waar. Er zijn maar twee dingen goedkoper: de auto en het huis. De rest is hetzelfde. En ook anders. Die uitdaging spreekt me aan. Een beetje wereldburger? Ja, dat ook, dat willen we onze kinderen graag meegeven.’
Inburgeren is je aanpassen. Tussen 13.00 en 15.00 uur is het stil, tijd om te rusten. Dan ga je geen gras maaien. Dat doe je ook niet op zondag, net zo min als de was ophangen. Linda: ‘We zorgen ervoor dat de voorkant van het huis netjes is. Jij moet je aanpassen, ook als het gaat om dingen die je in Nederland niet zou doen. Dat moet je aanvoelen. En jij moet de eerste stap zetten. Doe je dat niet, dan blijf je alleen. Het gaat niet vanzelf.’
Hermen werd daarom lid van de vrijwillige brandweer. ‘Ik kan nu alleen een Nederlander niet uitleggen hoe het werkt, ik ken alleen de Duitse woorden.’ De Feuerwehr is een bindende factor in het dorp.
Linda: ‘Ik ben gaan Nordic Walken met een paar buurvrouwen. En maar praten onderweg!’
En ze werd lid van de plaatselijke toneelvereniging. Omschakelen van Duits naar Nederlands en weer terug gaat inmiddels vanzelf, hoewel de Duitse naamvallen moeilijk blijven.
Linda: ‘Dit dorp lijkt nog in de jaren zeventig te leven. Ik heb een tijd fulltime gewerkt. Je bent er dan bijna niet, je man is meer thuis en die maakt schoon. Dat vinden ze raar.’
Een ander voorbeeld. ‘De brandweer organiseerde een sportdag en de commandant belde Hermen of zijn vrouw een koek wilde bakken. Hermen reageerde: dat kan ik zelf ook wel. De commandant hoorde dat niet eens en zei: nee, je moet het je vrouw vragen.’
De kinderen hebben het naar hun zin. Ze hebben aansluiting met Duitse kinderen en redden zich goed met de taal.
De familie Van Sloten voelen zich in Sustrum‑Moor thuis en willen niet meer weg. In die tuin hebben Linda en Hermen boompjes geplant. Om later onder te zitten, als de bomen groot zijn en zij beiden oud.
Kijk nou eens!
‘Ze geloofden hun ogen niet!’, herinnert Ruud Levelink zich, NVM-makelaar en taxateur bij ERA Makelaardij Klazienaveen. Hij begeleidde de familie Van Sloten bij de onderhandelingen over de aankoop van het huis, de notaris en de architect. Voor hem is Duitsland net zo gewoon en vertrouwd als Nederland. Hij groeide met beide culturen op. Zijn moeder is Duitse en hij is geboren op slechts driehonderd meter van de grens.
‘Negen jaar geleden begon ik als makelaar in Schoonebeek. Groepen mensen uit het westen, die hier een museum bezochten, liepen langs mijn kantoor en bekeken eerst wat in de omgeving te koop stond. “Kijk, het is hier lang niet zo duur als bij ons!” , zeiden ze dan. Daarna liepen ze door en er was altijd wel iemand die begon: “Kijk hier nou eens! Dat is in Duitsland, daar kost het helemaal niets meer!” Het duurde maar even of iedereen verdrong zich voor de vitrine. Toen was er al een verschil van twee ton op een vrijstaand huis.’
‘Er waren ook mensen die tijdens een gesprek een paar keer vroegen: “Het klopt toch wel? Er mist toch niet een nul in de vraagprijs?” Die vertrouwden het gewoon niet.’

Betonbak
De meeste Nederlanders zoeken een vrijstaand huis in een grensdorp, weet Levelink. Dichter bij de grens betekent niet altijd duurder. Wel: hoe zuidelijker hoe duurder. Een vrijstaand huis op duizend vierkante meter ter hoogte van Groningen kost maximaal 120.000 euro. Bij Drenthe is dat 180.000 tot twee ton. De staat waarin het huis verkeert, is natuurlijk wel van invloed.
De grondprijs maakt het verschil. Een vierkante meter bouwgrond kost in Emmen 150 tot 200 euro. In Schöningsdorf, vlak over de grens, 28 euro inclusief kosten. In het noordelijker gelegen Papenburg betaal je slechts vijftien euro. Levelink verwacht dat de vraag van Nederlanders blijft, het prijsverschil is te groot.
Duitse huizen zijn degelijker dan Nederlandse. Dat komt vooral door de constructie van de fundering. Eerst verwijderen ze alle zwarte aarde. Het gat vullen ze op met geel zand en daarop komt een betonnen plaat. Het huis rust als het ware in een betonbank in het zand, degelijk en stabiel.
Feestjes en doodse stilte
Vrijwel alle Duitsers zijn blij met de Hollanders. Ze vinden hen prettig in de omgang, amicaal, spontaan en open. Pas je je aan, dan zit je er zo tussen. Nederlanders op hun beurt, prijzen de vriendelijke en correcte omgangsvormen.
Over het algemeen is een Duitser formeler, geslotener en meer op zichzelf dan Nederlanders, is de ervaring van Levelink. Ter compensatie zorgen ze dan ook regelmatig voor een feestje. Want feestjes, daar zijn ze dol op, vooral in een woonwijk. Ben jij jarig, komt de hele straat. Op jouw beurt moet jij naar iedere jarige in de straat. Is een echtpaar 25 jaar getrouwd, maak je gezamenlijk erebogen. En dan geen kleine, nee, méters bogen.
Soms krijgt een huis een erehaag van oude sokken met stro. Daar is een jongen 25 jaar geworden die nog bij zijn ouders woont. Hij is eine alte Socke, een oude sok. Is het een vrouw, dan is er een boog met lege sigarettendoosjes. Zij is eine alte Schachtel, een oude taart. De hele buurt heeft dan weer een feest. Nog een paar redenen om feest te vieren: op 1 mei, met oud en nieuw en bij de schuttersvereniging.
Zondag is familiedag en heerst er doodse stilte. Ga dan geen auto stofzuigen of grasmaaien en de was ophangen. De rust begint vaak al op zaterdagmiddag, in veel dorpen gaan de winkels dan dicht.
Applaus
Nogal wat ouders sturen hun kinderen in Nederland naar school. Dat betekent veel kilometers rijden, minimaal twee keer per dag en soms ook tussen de middag. Tel al die uren maar eens op. Sommigen gaan carpoolen, zoals in het plaatsje Twist in een straat waar Levelink acht huizen aan Hollanders verkocht.
Hoe jonger het kind, hoe gemakkelijker het op de Duitse school gaat. Sommigen vinden het Duitse onderwijssysteem niet zo goed als het Nederlandse. Er is minder begeleiding voor kinderen met leerproblemen, zeggen ze. En de manier van omgaan is strenger, kinderen mogen er minder.
Een schooldag duurt van ongeveer half acht tot het middaguur, vaak ook op zaterdag. ’s Middags is bedoeld om huiswerk te maken.
‘Ik ga wel eens naar het voetbalveld in Duitsland en daar gaat het er heel anders aan toe dan in Nederland’, vertelt Levelink. ‘Kom ik in Emlichheim op het veld, dan heerst daar rust. Spelertjes gaan het veld op, geven elkaar allemaal een hand, gaan in een kringetje bij elkaar staan en geven een yell naar de tegenpartij bij wijze van groet. Daarna begint de wedstrijd. Bij een wissel applaudisseert het hele veld, ook de tegenpartij en het publiek. Voor de nieuwe speler is er ook applaus.
Er zijn geen grensrechters, dat is ook niet nodig. De scheidsrechter beslist. Bij de ingang van het voetbalveld hangt een bord met in het Duits de tekst: Wie op de scheidsrechter scheldt, wordt van het veld gestuurd. Niemand scheldt op de scheidsrechter, ook het publiek niet.’
Ook spijtoptanten
Vrijwel alle Nederlandse emigranten blijven in Nederland werken. Er zijn hypotheekverstrekkers die een verklaring willen over de reistijden. Extreem lange reistijden zijn niet altijd aanvaardbaar. Het is niet vol te houden dagelijks ruim 400 kilometer naar bijvoorbeeld de Randstad te reizen, is dan het standpunt. Als het werk zich ervoor leent, kan internet uitkomst bieden. Sommigen rijden één keer per week naar het westen van het land en werken de andere dagen thuis, via internet.
Levelink adviseert bij emigratie de auto niet mee te nemen. Een gebruikte auto kun je het beste in Duitsland kopen. Een nieuwe daarentegen in Nederland en daarna invoeren naar Duitsland. Dat is voordeliger. Wie definitief terugkeert naar Nederland en een bestaande auto tenminste een jaar in bezit heeft, kan die auto als inboedel meenemen.
Spijtoptanten ziet Levelink ook, het meest onder degenen die impulsief aankochten. Die hadden zich niet gerealiseerd dat Duitsland een ander land is met een andere cultuur, konden Nederland toch niet missen en kregen heimwee. Ook de familie kan daarbij een grote rol spelen.
Dromen
In Julianadorp bewoonden Wim en Marja Curvers een moderne twee‑onder‑één‑kap woning op ongeveer 500 vierkante meter grond. Het was mooi wonen daar aan zee, maar ze misten rust, ruimte en een groene omgeving. Wim en Marja zijn buitenmensen, ze houden van de natuur, van fietsen en van wandelen.
Wim, een vijf jaar geleden gepensioneerde marineman, en zijn vrouw wilden weg. Hun drie kinderen waren volwassen en het huis uit. Al jaren trokken ze in vakanties naar het oosten van het land. Ze verkochten hun huis en gingen daar op zoek naar een ander huis. Internet was hun favoriete informatiebron. Ze hebben wat afgereden, daar in Groningen, Drenthe en Overijssel, maar slaagden niet. Aan het eind van weer een vergeefse tocht gingen ze voor een kopje koffie naar kennissen in Duitsland. Die namen hen mee naar Victor Janssen van Droomhuis Duitsland, die vlakbij woonde.
Daarvóór keken Marja en Wim op internet al naar Duitse huizen. Één daarvan sprak hen bijzonder aan, jammer was alleen dat het boven hun budget was. Met Janssen bekeken ze huizen in Dörpen, Haren en Meppen. Aardige huizen, daar niet van, maar hun keuze was het niet.
Na de laatste bezichtiging zei Janssen: ‘Ik heb nog wel iets, maar daar heb ik geen sleutel van. Willen jullie toch kijken?’
Dat wilden ze en toen ze de straat inreden, keken Wim en Marja die achter in de auto zaten, elkaar verrast en verbaasd aan: nee toch? Het was het internethuis dat met stip bovenaan stond.
Hoewel ze toen alleen de buitenkant en de tuin konden bekijken, wisten ze het al, dit was het huis van hun dromen. Toen de sleutel een uur later toegang verschafte werden ze niet teleurgesteld.
Ouderwets
Marja vertelt enthousiast: ‘Alles stond ons aan, echt alles.’ Het ruime huis op 1800 vierkante meter in landelijk Westoverledingen niet ver over de Groningse grens, konden ze kopen voor de prijs van een rijtjeshuis in Julianadorp.
Het huis had maar weinig aanpassingen nodig. Ze zijn dolblij met de tuin. Ze plantten fruitbomen, legden een grote groentetuin aan, groeven een vijver en knapten het tuinhuis op. Ze genieten enorm van het buitenleven en van de vogeltjes, de fazanten en de egels. Dat de reeën de boerenkool opeten vinden ze helemaal niet erg.
Ze woonden er nog niet of de buren kwamen langs om kennis te maken.
Marja: ‘We zijn gezellig ouderwets met onze buren Jozef en Maria – ja, zo heten ze echt! We hebben een levendige ruilhandel in groente. Leuk een bakje aardbeien brengen, thee drinken en kletsen, even helpen met boontjes doppen en recepten voor appelmoes vergelijken en uitwisselen. We hebben het erg met ze getroffen.’
‘Hier is nog hulpvaardigheid’, vertelt ze verder. ‘Er moest een grote boom uit de tuin en we wisten niet hoe dat aan te pakken. De andere buurman wilde dat wel doen in ruil voor het hout. Het verliep prima, keurig netjes en in een goede sfeer.’
‘De vorige winter hebben we alle muren laten isoleren. De mannen waren er al om half zeven, met z’n tweeën. Ze moesten met een slang helemaal over het dak en we zeiden: “Het kan ook door de bijkeuken”. Dat wilden ze niet, het zou schmutzig worden. Ze hadden zelfs geen tijd voor een bakje koffie. Toen heb ik buiten stoelen met koffie en koeken neergezet en dat ging er wel in. Het was al donker toen ze weggingen, maar toen was het ook helemaal klaar. En alle gaatjes keurig gedicht!’
Ons plekje
Volgens Wim en Marja zijn de Duitsers wel blij met Nederlanders die oude huizen kopen en opknappen. Maar die Nederlanders zijn niet schatrijk, al denken ze dat soms wel. Marja: ‘Ik zeg: ga maar naar Nederland. Ten eerste zijn de huizen niet te betalen en ten tweede als jij de deur opendoet sta je praktisch bij je buurman binnen. Je ziet en hoort veel te veel van elkaar. Jullie weten niet hoe rijk jullie hier zijn.’
‘Maar’, waarschuwt ze, ‘Ga hier niet heen alleen omdat het goedkoop is. Weet wat je wilt en doe het voor jezelf. Ook met slecht weer moet je hier willen wonen. En pas je aan. Jij kiest ervoor om in hun land te wonen.’
Janssen stelde na de bezichtiging voor er een nachtje over te slapen. Nee, zeiden ze, dit is het. Ze wisten dat het huis bij meer makelaars te koop stond en wie het eerst bij de notaris is, die heeft het. Binnen twee weken was alles geregeld. ‘We hoefden niet te wachten. We wisten al heel lang wat we wilden. Dit is ons plekje.’
Tips en adviezen
- Zoek informatie. Op internet is veel te vinden, bijvoorbeeld bij www.droomhuisduitsland.com, www.verhuis.de, www.grenswoningen.nl en www.duitslandhypotheek.info. Bestel eventueel het boek "Wonen en kopen in Duitsland" van uitgeverij Guide Lines.
- Weet waarom u wilt verhuizen. Kunt u wel zonder Nederland? Een prachtig huis voor weinig geld is mooi, maar alleen dat maakt niet gelukkig.
- Ga sfeer proeven. Loop eens door een dorp of stad en bedenk of u daar zou willen wonen.
- Ga eens praten met iemand die al eerder vanuit Nederland naar Duitsland is geëmigreerd.
- Verhuizen naar Duitsland betekent emigratie. Dat kan allerlei consequenties hebben, zoals voor de opbouw van uw AOW.
- Een ander land betekent een andere cultuur. Toon belangstelling en pas u aan. Duitsers zijn over het algemeen graag bereid u te accepteren.
- Spreekt u geen Duits? Leer de taal. Dat kan bijvoorbeeld bij een Volkshochschule die in de meeste steden is te vinden.
- In Duitsland is veel in de huizenmarkt anders geregeld. Laat u begeleiden door een ervaren bemiddelaar.
Opdracht? Offerte? Informatie?
Mail naar info@schrijfopdrachten.nl
|